Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina 190; volledig herschreven)

In memoriam:

  • Norbert Neufeld, ongehuwd, arts (Lissa-Polen, 15 maart 1897– vermist en vermoedelijk vermoord in Auschwitz, op 18 oktober 1944), bereikte de leeftijd van 47 jaar

Onderduikster:

  • Alice Ruth Cohn, ongehuwd, tekenaar/ontwerpster, illegaal werker en meestervervalser (Breslau-Duitsland, 25 mei 1914 – Vaduz-Liechtenstein, 3 februari 2000)

Pensionhoudster (niet onderduikgeefster):

  • Apolonia Jacoba Noordhoek, ongehuwd, particulier verpleegster (Hellevoetsluis, 7 maart 1895 – Zeist, 5 oktober 1984)

Omstreeks 1 juni 1943 betrekt de dan 29-jarige Jules Goedman een kamer in het rusthuis van particulier verpleegster Apolonia Noordhoek op Amalia van Solmslaan 21. Jules Goedman is naar Zeist gekomen na bemiddeling van de kunsthistorica Harriett Carolina van Zijst-de Koff die op Graaf Janlaan 54 woont. Volgens haar latere verklaring heeft deze actieve illegaal werkster aan zuster Noordhoek verteld dat Jules Goedman een tijdje rusten moet. Ze is ‘half-joods’, maar haar papieren zijn in orde, zodat zuster Noordhoek geen problemen kan krijgen wegens deze nieuwe huurster.

In werkelijkheid is de huurster de ‘voljoodse’ Alice Ruth Cohn.

Medio januari 1936 had deze tekenares en ontwerpster haar geboorte- en woonplaats Breslau in Duitsland verlaten, om zich in Amsterdam te vestigen. Ze had in 1933 in Berlijn een ontwerpersopleiding gevolgd en had in Breslau in de periode 1933-1934 een eigen atelier als reclametekenaar. In Amsterdam kon Alice Ruth Cohn al gauw aan de slag als ontwerpster van enorme billboards (12×4 meter) voor bioscopen.

In de herfst van 1938 bezochten haar ouders haar. Ze kwamen maar met moeite Nederland binnen en haar vader, dr. Alfred Cohn wilde onder geen beding illegaal zijn in een ander land. Terwijl haar moeder nog even bleef, vertrok haar vader en ging terug naar Breslau. Tijdens de treinreis woedde de Reichskristallnacht. De treinen bleven buiten schot en zo bleef dr. Alfred Cohn gespaard voor directe ellende. Hij dook onder bij een ongetrouwde zuster, waar ze hem niet zochten. Ondanks de verwoestende pogrom reisde de moeder van Alice, Elisabeth Cohn-Weissbrem haar echtgenoot achterna. Ze had het hem beloofd.

Om haar ouders naar Nederland te kunnen halen, had Alice Ruth Cohn in elk geval een behoorlijk vast inkomen nodig. Ze probeerde het in 1939 een half jaar als ontwerpster in een textielfabriek in Oldenzaal, maar het hield niet over en daarom was ze teruggegaan naar Amsterdam. In die tweede periode werkte ze weer als ontwerpster, maar ze dacht toen al over de productie van speelgoed.

Na de Duitse inval was ook het leven van Alice Ruth Cohn drastisch veranderd. Het was er voor haar mee begonnen dat ze al in juli 1940 gearresteerd werd door de Gestapo. Dat was toen ze op bezoek ging bij een echtpaar dat op dat moment net gearresteerd werd. Na 3-4 dagen van verhoor – ze wist niets van de activiteiten van het echtpaar – mocht ze terug naar huis.

Tijdens de bezetting krijgt ze een functie bij de Joodse Raad, eerst als typiste bij de Afdeling Geldelijk Beheer en later als doktersassistente bij de Medische Afdeling. Daardoor beschikt ze over een vrijstelling van deportatie, maar die biedt geen garantie. In 1942 heeft ze al geprobeerd om onder te duiken. De haar daarvoor aangeboden woonboot nabij Loosdrecht verkeert echter in zo’n slechte conditie dat ze weer naar Amsterdam is teruggegaan, ziek.

In de volgende periode verricht ze haar eerste illegale actie. Als goede kennissen van haar uit Breslau gearresteerd worden, haalt ze hun 3,5-jarige dochtertje Ronnie Lesser in haar uniform van doktersassistente uit de Hollandsche Schouwburg. Ze zal tot de bevrijding betrokken blijven bij de verzorging van het kind dat ze onderbrengt bij de bekende kunstschilder Willem Witjens en diens echtgenote Nettie, in de omgeving van Den Bosch.

Alice Ruth Cohn ontpopt zich vervolgens met haar creatieve vaardigheden tot meester-vervalser. Als zodanig zal ze uiteindelijk in staat zijn om vrijwel elk document te vervalsen, inclusief persoonsbewijzen. En de behoefte aan goed vervalste documenten is groot.

Zelf heeft ze ook een goed vervalst persoonsbewijs nodig, als ze in mei 1943 – ontkomen aan een grote razzia – besluit Amsterdam te ontvluchten. Ze krijgt van de half-joodse Julia Guttmann diens persoonsbewijs (werd als verloren opgegeven) en dat verandert ze in stappen. Eerst de foto en dan de naam. Uiteindelijk wordt haar naam ‘Jules Goedman’ en haar verzetsnaam zal dan ook ‘Juultje’ worden. Zo begint haar onderduikleven, op Amalia van Solmslaan 21 in Zeist.

Alice Ruth Cohn is goed bevriend met de Poolse vrouwenarts Norbert Neufeld. Die was op 15 november 1938, 5 dagen na de Reichskristallnacht, van zijn woonplaats Breslau naar Amsterdam gevlucht. Of beiden elkaar vanuit Breslau kennen, of van hun medische werk bij de Joodse Raad – Neufeld werkt als medisch vakkundige bij de Afdeling Expositur – is niet duidelijk.

De Expositur, onder leiding van de Oostenrijkse advocaat Sluzker, fungeert als verbindingskantoor tussen de Joodse Raad en de Zentralstelle für jüdische Auswanderung en houdt zich bezig met vrijstellingen voor deportatie. Deze afdeling zal nog maanden door blijven draaien, tot de Joodse Raad ontmanteld wordt.

Intussen houdt Norbert Neufeld zich wel bezig met het vervolg. Hij schrijft op 18 juni 1943 nog aan zijn nicht Ellen Maria Milton in St. Gallen (Zwitserland), of zij bij het Rode Kruis in Geneve kan navragen of het telegram aan zijn broer Fritz is aangekomen. Dat telegram betrof certificaten voor Palestina. Waarschijnlijk hoopte hij daar ook naar toe te kunnen vertrekken, want hij vraagt haar tevens om contact op te nemen met het Office Palestien de Suisse in Geneve. Hij zal echter niet tijdig kunnen ontkomen.

Na drie maanden vertrekt Alice Ruth Cohn naar Lunteren, de plaats waar de NSB gedurende de jaren 1936-1940 haar openbare bijeenkomsten (‘hagespraken’) hield op de Goudsberg aldaar. Anno 2024 resteert alleen een deel van het podium, dat in de volksmond de ‘Muur van Mussert’ heet.

Voor haar vertrek regelt zij met zuster Noordhoek dat de arts ‘Norbert van Norden’ een plek in het rusthuis op Amalia van Solmslaan 21 krijgt. Dat was in werkelijkheid Norbert Neufeld die onder die valse naam een tweede inschrijving in het Amsterdamse bevolkingsregister had gekregen. De afdeling Expositur liep op haar laatste benen (de afdeling zou op 29 september 1943 opgeheven worden), en daarmee ook de Sperr van Neufeld, zijn voorlopige vrijstelling van deportatie. Hij duikt nu dus ook onder, al weet zuster Noordhoek niet dat haar nieuwe huurder joods is.

Vanuit Lunteren bezoekt Alice Ruth Cohn haar vriend in Zeist dikwijls. Bij een van die bezoeken vertelt Norbert Neufeld haar vertrouwelijk dat hij een diamant heeft verkocht voor 18.000 gulden, waarvan 10.000 gulden aan contanten en voor 8.000 gulden aan Amerikaanse dollars. Het bedrag van 10.000 gulden heeft hij verborgen in een envelop die hij, op voorstel van Alice Ruth Cohn, onder een plank in de linnenkast heeft geklemd en de Amerikaanse dollars had hij met zijn echte persoonsbewijs, doktersbul, communistische documenten en andere papieren in het deksel van een bonbondoos verstopt. Aan een andere vriendin, de Tsjechisch-joodse kunsthistorica Margarete van Emde Boas-Starkestein, echtgenote van de bekende joodse psychiater en seksuoloog Coenraad van Emde Boas, vertelt Neufeld hoe hij een diamant heeft verstopt.

Het gaat lang goed. Eind mei 1944 feliciteert Norbert Neufeld zijn vriendin Alice Ruth Cohn nog met haar 30e verjaardag, op 25 mei 1944. Ze lag toen in een ziekenhuis in Amsterdam.

Een dag later slaat het noodlot toe in Zeist. Op vrijdagmiddag 26 mei 1944 verlaat Norbert Neufeld na de lunch het rusthuis en gaat naar buiten, niet bevroedende welk gevaar hem daar boven het hoofd hangt.

Die dag zijn de jodenjagers Dick Verbaan en Henk Westerdijk van het Judenreferat IV B 4 van de Sicherheitsdienst in Den Haag naar Zeist gereisd. Ze hebben opdracht gekregen om een zekere ‘Dik van Dijk’ op te zoeken. Die werkt als V-mann voor Nagel. Op die 26e mei wijst deze verrader een man aan op de openbare weg, die verdacht wordt in Utrecht antifascistische propaganda onder Duitse soldaten gemaakt te hebben. De man is vermoedelijk ook nog eens joods.

Verbaan en Westerdijk houden ‘Norbert van Norden’ aan en stellen vast dat hij in pension is op Amalia van Solmslaan 21. De arrestant wordt naar het politiebureau in Zeist gebracht en daarna wordt een onderzoek ingesteld op het onderduikadres.

Uit het dagrapport van vrijdag 26 mei 1944 van de Zeister gemeentepolitie:

14.30 uur Wordt door Hendrik Verbaan, wachtmeester, te Den Haag aan het bureau gebracht een persoon (in de marge: vermoedelijk “jood”) genaamd Norbert van Norden, geboren te Keulen, adviseur, wonende Beethovenstraat 72 te Amsterdam. Deze persoon moet ingesloten worden voor Sicherheitspolizei.

Verbaan komt nog weer aan het bureau terug om van Norden te halen.

Wordt in afwachting hiervan geplaatst in cel 7.

Bij de inval maken Verbaan en Westerdijk gebruik van de sleutel die hun arrestant op zak had. Zuster Noordhoek ziet opeens een onbekende man op haar slaapkamer, die haar meedeelt dat hij van de Sicherheitsdienst is. Ze moet op de kamer blijven, terwijl de man met een collega het hele huis doorzoekt. Apolonia Noordhoek weet een andere huurder, dominee Louis Jean Samuel Crousaz met gebaren duidelijk te maken dat hij niet naar binnen moet komen. De mannen hebben zich geïdentificeerd als ‘Verbaan’ en ‘Leeman’. Ze nemen de schrijfmachine, instrumenten en nieuwe textiel van ‘Van Norden’ mee. De rest van zijn bezittingen staat ingepakt en moet binnen een week naar de Sicherheitsdienst in Den Haag worden gestuurd. Dick Verbaan neemt de arrestant diezelfde middag om half zes nog mee naar Den Haag.

Bij zijn verhoor na de bevrijding zou Verbaan zijn verklaring over deze arrestatie besluiten met:

Ik wil hier weer aan toevoegen, dat ook in dit geval de hoofdbewoonster van dat perceel door ons niet is aangehouden hoewel zij toch strafbaar was terzake hulpverlening aan joden.

De reden voor die souplesse is niet bekend, maar na de bevrijding zou zuster Noordhoek verklaren dat zij toen niet wist dat ‘Van Norden’ een joodse onderduiker was, want dat risico zou zij nooit genomen hebben vanwege de andere patiënten in haar rusthuis.

Kennelijk weet de 47-jarige ‘Norbert van Norden’ overtuigend te ontkennen dat hij joods is. Zijn echte papieren zijn niet gevonden en hij kan zich dus beroepen op zijn valse persoonsregistratie in het Amsterdamse bevolkingsregister. Volgens die registratie zou hij op 12 december 1938 van zijn geboorte- en woonplaats Keulen naar Utrecht gekomen zijn. Van 1 juni 1941 tot 12 november 1943 zou hij in het Overijsselse Zwartsluis hebben gewoond en vervolgens was hij naar Amsterdam verhuisd.

Via Scheveningen komt ‘Norbert van Norden’ terecht in Kamp Vught. Pas daar herkent een SS’er hem als de joodse dr. Norbert Neufeld. Op 12 juli 1944 belandt hij in Kamp Westerbork, als strafgeval in barak 67.

Hoe de communicatie in die dagen verloopt, is niet duidelijk, maar Alice Ruth Cohn wordt in het ziekenhuis al op 27 mei geïnformeerd over de arrestatie van haar vriend in Zeist. Die boodschap wordt gebracht door Magdalena van Emde Boas-Starkestein. Omdat die zelf met haar echtgenoot ondergedoken is, kan ze zelf niet naar Zeist om geld, waardevolle bezittingen en documenten van Norbert Neufeld te redden. Alice Ruth Cohn vraagt haar bezoekster om Harriett van Zijst-de Koff hiervoor in te schakelen. Die constateert echter dat zuster Noordhoek de kamer van Neufeld al opgeruimd heeft en zijn wetenschappelijk werk verbrand of weggegooid heeft. Zijn eigendommen had ze ingepakt om ze met zijn fiets naar de SD in Den Haag te sturen. Ze weigert om ook maar iets af te staan. De bonbondoos met de 8.000 gulden aan Amerikaanse dollars is vooralsnog spoorloos. Er ontstaat irritatie tussen Apolonia Noordhoek en Harriett van Zijst-de Koff en ook tussen haar en Alice Ruth Cohn die eveneens naar Zeist komt om bezittingen van Norbert Neufeld veilig te stellen. Op zeker moment weigert zuster Noordhoek elke medewerking op advies van haar advocaat en ontstaat er een onaangename sfeer.

Omstreeks begin september 1944 ontvangt ‘Jules Goedman’ (Alice Ruth Cohn) een briefkaart van Robert Neufeld uit Westerbork. Hij had haar al eerder geschreven, maar dit keer is het een afscheidsbericht. Met potlood had Neufeld geschreven:

Beste Jules,

Nu gaat ’t toch weg, maar ik hoop gauw terug. Pass auf, dass wir uns im Gedränge am Ausgang nicht verlieren.

Alles Gute in aller Liebe und Freundschaft,

Norbert

‘Juultje’ is inmiddels zeer actief voor wat later het Utrechts Kindercomité genoemd zou worden. De bekende illegaal werker Rut Mathijssen was haar contactpersoon. Hij kwam bij haar thuis de vervalste documenten ophalen.

Norbert Neufeld wordt op 4 september 1944 vanuit Westerbork gedeporteerd naar Theresienstad, waar zijn ouders al in het najaar van 1942 omgekomen zijn. Op 16 oktober 1944 wordt hij gedeporteerd van Theresienstad naar Auschwitz. Formeel geldt hij als vermist, maar ongetwijfeld is hij meteen na aankomst vermoord.

Alice Ruth Cohn overleeft de bezetting, net als haar broer. Ze is er lichamelijk en materieel slecht aan toe. Haar ouders Alfred en Elisabeth Cohn-Weissbrem zijn in maart 1943 vermoord in Auschwitz. In oktober 1945 neemt ze haar oude identiteit eindelijk weer aan.

In het najaar van 1945 volgt nog een onderzoek naar het verdwenen geld van Norbert Neufeld. Vast staat dat de SD indertijd niet alles heeft gevonden, anders hadden ze ook meteen de juiste identiteit van Neufeld geweten. Bij het onderzoek blijkt dat zuster Noordhoek, nadat ze in 1944 geattendeerd was op het deksel van de bonbondoos, met haar huurder dominee Crousaz tussen het huisvuil naar die deksel gezocht had. Die hadden ze gevonden en er zat volgens hen wel de doktersbul in maar geen geld. Verder had zuster Noordhoek in de kast van Neufeld geld gevonden, maar in plaats van 10.000 gulden zou dat bedrag 2.300 gulden zijn geweest. Alice Ruth Cohn verdenkt zuster Noordhoek, maar die ontkent ten stelligste en er valt niets meer te bewijzen. Het kapitaal van Norbert Neufeld blijft grotendeels weg.

Alice Ruth Cohn woont en werkt dan in Utrecht. Bij familiebezoek in Liechtenstein leert ze daar de ook uit Duitsland afkomstige Rudolf Bermann kennen. Hij is daar CEO van het bedrijf Schekolin AG. Bermann, wordt de liefde van haar leven en in 1947 trouwt ze met hem. Zelf wordt ze er actief als kunstenares, maar ze participeert ook in het bedrijf van haar man. Ze beleeft er naar eigen zeggen een droomleven. Uit het huwelijk worden een zoon en een dochter geboren. Ruth zou op 3 februari 2000 in Vaduz overlijden.

Ter gelegenheid van wat haar honderdste verjaardag zou zijn geweest, op 25 mei 2014, maakt dochter Evelyne Bermann een boekje over het bijzondere leven van haar moeder.

De laatste jaren lijkt in Nederland de belangstelling te groeien voor de meestervervalster ‘Juultje’, die in een soort wedloop verwikkeld was met de bureaucraat Jacob Lentz die het ingewikkelde persoonsbewijs zo mogelijk verder perfectioneeerde. In 2017 start het Joods Historisch Museum de tentoonstelling ‘Persoonsbewijzen & Vervalsingen | Jacob Lentz | Alice Cohn’. Gesteld wordt dat Alice Ruth Cohn met haar briljante vervalsingen honderden levens gered heeft. Dat zij zo snel vergeten werd, kwam omdat ze al kort na de bevrijding naar Liechtenstein was vertrokken, maar haar geschiedenis draagt bij aan de ontmanteling van de ‘makke schapen’-mythe die wilde dat er geen joods verzet was geweest.

Bronnen:

  • Evelyne Bermann, ‘von Breslau nach Schaan, Alice Bermann-Cohn, ein engagiertes Frauenleben in stürmischer Zeit’ (25 mei 2014), www.schaan.li
  • Gemeentearchief Zeist, archief 3500, gemeentepolitie, inventarisnummer 320, proces-verbalen voor het onderzoek naar de bezittingen van Norbert Neufeld
  • Wikipedia, Ruth Alice Cohn respectievelijk Lunteren
  • Nederlands Patriciaat, jaargang 73, 1989, familie Van Zijst
  • Stadsarchief Amsterdam, indexen, archiefkaarten voor Alice Ruth Cohn, Norbert Neufeld en ‘Norbert van Norden’
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaarten voor Alice Ruth Cohn en Norbert Neufeld
  • Gemeentearchief Zeist, archief 3500, gemeentepolitie, inventarisnummer 270, dagrapport 26 mei 1944
  • Nationaal Archief, CABR, archief 2.09.09, inventarisnummer 253, H.J. Verbaan
  • www.joodsmonument.nl, Norbert Neufeld
  • www.jck.nl, collecties, D021894, F017526, D021903 en D021882, Alice Ruth Cohn en Norbert Neufeld
  • www.delpher.nl, De Telegraaf van 30 oktober 2017, ‘De heldhaftige vervalster, Alice Cohn redde in oorlogsjaren honderden levens’
  • Reformatorisch Dagblad van 31 oktober 2017, ‘‘Juultje’ –Alice Cohn– zwoegde op vervalst persoonsbewijs’

1. Amalia van Solmslaan 21

2. Alice Ruth Cohn

3. Alice Cohn bracht Lonnie Leeser in veiligheid

4. Alice Cohn en Norbert Neufeld

5. Norbert Neufeld

6. Norbert Neufeld

7. Norbert Neufeld

8. Joodse Raad-registratiekaartje voor Norbert Neufeld

9. Informatie over het lot van Norbert Neufeld