Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Onderduikboek, pagina 264; herzien en sterk uitgebreid)

Onderduikers:

  • Salomon Nihom, eigenaar kledingzaak (Nijkerk, 20 oktober 1893 – New York, januari 1963)
  • echtgenote Helena Nihom-van Gelder, Amsterdam, 26 september 1892 – november 1995, Queens, New York)
  • Georg Hollaender, handelaar in loondienst in huiden en vellen (Santer – Duitsland (thans Polen), 11 september 1894 – Rotterdam, 12 december 1979)
  • echtgenote Renée Sara Hollaender-Roth (Hodonin – Tsjecho-Slowakije (thans Tsjechië), 23 mei 1906 – Rotterdam, 28 november 1994)
  • dochter Erika (Praag, januari 1930)

Onderduikgevers:

  • Dirk Stroomenbergh, tuinman (Doorn, 24 mei 1877 – Zeist, 13 mei 1947), en
  • echtgenote Johanna Catharina Stroomenbergh-Kraal (Wilnis, 2 maart 1882 – Zeist, 9 augustus 1947)
  • dochter Johanna Everdina Stroomenbergh (1908)

Kinderen (1906, 1907, 1908, 1910, ??)

Al in de jaren dertig woonde het joodse gezin Nihom-van Gelder in Nijkerk, de geboorteplaats van vader Salomon Nihom. Het gezin bestond verder uit moeder Helena Nihom-van Gelder, afkomstig uit Amsterdam, en de in Nijkerk geboren kinderen Jozeph (1920), Jacob (1924) en Rosetta of ‘Rootje’ (1927).

Oudste zoon Jozeph was ernstig gehandicapt. Vanaf zijn geboorte was hij verlamd als gevolg van een hersenaandoening. Een intelligente jongen volgens een medeleerling, maar hij kon niet zelfstandig lopen en zat in een rolstoel. Het jaar 1935 had hij doorgebracht in een instelling in Hillegersberg, maar hij was weer naar Nijkerk teruggekomen. In juni 1939 verhuisde hij naar de Joodsche Invalide in Amsterdam.

Het echtpaar Nihom-van Gelder was de eigenaar van een goed lopende kledingzaak op Langestraat 36 in Nijkerk, waar manufacturen, dames- en herenconfectie, kinderkleding en stoffen verkocht werden. Ook de panden Langestraat 34 en 38, Kloosterstraat 3 (voor de helft) en een woon- en winkelpand in Nijkerkerveen waren hun eigendom. Salomon Nihom vervulde een belangrijke rol in de lokale joodse gemeenschap en was vanaf maart 1938 bestuurslid van de lokale middenstandsvereniging Handel en Nijverheid. Zijn echtgenote was bestuurslid van de in 1936 opgerichte joodse societeit ‘Sjoloum Weeingoes’ (Vrede en Vriendschap’ die tot doel had de gemeenschapszin en gezelligheid te bevorderen.

In 1941 bood Henk Sietsma aan om als voogd op te treden voor Jacob en Rosetta Nihom, maar het echtpaar Nihom-van Gelder sloeg dat aanbod af omdat ze nog hoop hadden dat de situatie niet zou verslechteren. In januari 1942 werd in Utrecht een joodse middelbare school opgericht, waarna Jacob en Rosetta Nihom elke dag 35 kilometer reisden om het onderwijs in Utrecht bij te wonen.

In september 1942 moest Jacob Nihom zich melden voor een van de Nederlandse werkkampen voor joodse dwangarbeiders en zijn vader kreeg een oproep voor een werkkamp in Duitsland. Daarop nam het echtpaar Nihom-van Gelder weer contact op met Henk Sietsma en diens broer Hein.

Beide broers hadden inmiddels een groep van illegaal werkers opgericht, groep-HEIN genaamd, wat betekende ‘Helpt Elkander In Nood’ (tevens een verwijzing naar de voornaam van Hein Sietsma). Henk Sietsma regelde een onderduikadres voor Salomon en Helena Nihom-van Gelder en hun kinderen Jacob en Rosetta in Deurne. In die plaats woonde Harry Aldenzee. Henk Sietsma had hem leren kennen in cel 368 van Het Oranjehotel, waar ze samen vast hadden gezeten gedurende de eerste drie maanden van 1941. De zoon van de huishoudelijke hulp van het gezin Nihom-van Gelder bracht de vier onderduikers op 24 september 1942 per fiets en trein naar Helmond. Vandaar werden ze ondergebracht bij de katholieke Nico Stok die een pension dreef in de straat waar Harry Aldenzee woonde.

In Nijkerk bleef het vertrek van het gezin niet onopgemerkt. De joodse inwoners werden kennelijk steekproefsgewijs in de gaten gehouden door de gemeenteveldwachter. Die rapporteerde op 29 september 1942 aan de burgemeester: ‘In de maand September zijn in de gemeente Nijkerk op ongeregelde tijden steekproeven betreffende bovenstaande [Verordening van de bezetter voor beperkte bewegingsvrijheid voor joodse mensen] genomen. Hierbij bleek mij dat het gezin van Salomon Nihom (bestaande uit 4 personen), wonende te Nijkerk, Langestraat 36-38, sinds 24 September was vertrokken en tot heden 29 September niet was teruggekeerd. Een door mij ingesteld onderzoek, waar het gezin zich thans bevindt, heeft geen resultaat opgeleverd.

Oudste zoon Jozeph Nihom (Nijkerk, 1920) was niet meegekomen naar Helmond. Hij bleef in de Joodsche Invalide in Amsterdam, waar hij in juni 1939 naar toe was gegaan. Zijn ouders meenden stellig dat hij daar veilig was, omdat de bezetter geen beroep op hem zou doen voor de ‘arbeidsverruiming’ in het Oosten.

Op 1 maart 1943 zagen Jozephs begeleiding en hijzelf, terugkomend van een wandeling, dat iedereen (256 personen) bij een razzia uit de Joodsche Invalide werd gehaald. Jozeph Nihom werd daarop naar familie op Amstelveenseweg 128 gebracht, het gezin Van Gelder-Hemelrijk dat in 1943 ook gedeporteerd en vermoord zou worden. In april werd hij daar gearresteerd, en op 13 april geïnterneerd in de ziekenhuisbarak 83 van Kamp Westerbork. Op 4 mei 1943 werd Jozeph Nihom gedeporteerd naar Sobibor, waar hij na aankomst op 7 mei 1943 werd vermoord.

Zijn ouders kunnen daar nog geen weet van hebben gehad. Juist in die mei-maand moesten ze weer weg uit Deurne. De andere zoon Jacob (Nijkerk, 1920) kon op een gegeven moment van Deurne terug naar Nijkerk, waar hij onderdook bij de 80-jarige Thomas Boterenbrood, wiens familie intensief hulp bood aan joodse onderduikers. En mogelijk ook bij het gezin Waaijenberg aan de Luxoolseweg te Nijkerk. Jacob Nihom zou niet meer in de buitenlucht komen tot de bevrijding, maar overleefde dus wel. Wat zijn ouders en zuster Rosetta betrof, verklaarde Harry Aldenzee in een lokale krant in 1979: ‘De joodse familie werd net als de andere na verloop van tijd vanuit Deurne naar Zeist gebracht, omdat het te gevaarlijk was om dezelfde personen lang op een plaats te houden. In Zeist zat de toenmalige hoofdcommissaris van politie, die op zijn beurt weer een onderduikadres verschafte.’ Het is niet duidelijk wie Aldenzee hiermee bedoelde.

In het persoonlijke archief van verzetsman Henk Sietsma zitten de volgende onderduikadressen in Zeist: ‘fam. Stroomenbergh, Acacialaan 2 Zeist’ en ‘fam. Stroomenbergh, Frederik Hendriklaan’. Op Acacialaan 2 woonden vanaf 1926 het echtpaar Dirk (tuinman) en Johanna Catharina Stroomenbergh met hun meerderjarige dochter Johanna Everdina Stroomenbergh (1908). Daar werd het echtpaar Nihom-van Gelder ondergebracht. Hun dochter Rosetta werd volgens een Yad Vashem-verklaring bij de zoon van het echtpaar Stroomenbergh-Kraal gebracht. Dat moet dan volgens de aantekeningen van Henk Sietsma bij het echtpaar Jan Hendrik en Trijntje Cornelia Stroomenbergh-Groenheijde op Frederik Hendriklaan 80 zijn geweest. Zie hiervoor bij Frederik Hendriklaan 80.

De naam Stroomenbergh stond in de regio Zeist en Driebergen voor onderduikhulp.

In Driebergen woonde het gezin van (achter)neef Jan Hendrik en Johanna Susanna Stroomenbergh-Middeldorp die zelf in de kosterij aan de Engweg onderduik verschaften en waarvan zoon Jan junior als ‘nep-SS’er’ op 23 januari 1945 betrokken zou zijn bij de spectaculaire bevrijding van tien joodse arrestanten uit het Zeister politiebureau (zie het grote Onderduikboek, pagina’s 239-245).

De broer en schoonzuster van de koster, Cornelis Everardus (tuinman) en Jannigje Stroomenbergh-van Leersum, gaven zelfs onderduik op een gevaarlijke en daardoor mogelijk onverdachte plek, namelijk op het landgoed Beukenstein, dat diende als hoofdkwartier van SS-Sturmbahnführer Joseph Schreieder die de leiding had over de spionageoperatie Englandspiel. De onderduikers waren in 1943 gebracht door een verzetsstrijder die later gedood werd. Samuel Esmeijer?

Het is echter de vraag of de Zeister commissaris bemiddelde. Op Acacialaan 2a woonden Anton ‘Eddy’ en Greet) Lingeman-Esmeijer. De familierelatie vergt nog enige studie, maar Greet Esmeijer zou familie kunnen zijn van de Driebergse politieman en verzetsstrijder Samuel Esmeijer. Maar zelf waren Anton en Greet Lingeman-Esmeijer ook geweldige jodenhelpers, zodat het niet zo vreemd was dat men in hun omgeving uitkwam.

Op Eikenlaan 9 gaven een dochter en schoonzoon van Dirk en Johanna Catharina Stroomenbergh – het echtpaar Gerardus Wilhelmus en Jansje Hendrica Kollaard-Stroomenbergh – onderduik aan drie joodse mensen. Door verraad zou het vreselijk mis gaan op 9 maart 1944.

Over de onderduik van Salomon, Helena en Rosetta Nihom in Zeist is verder niets bekend. Toen er gevaar leek te dreigen, moesten de drie onderduikers verder.

Volgens een Yad Vashem-verklaring voor Ali Kruitbosch-van den Bos – die 28 jaar in hun winkel had gewerkt – zat het echtpaar ook enige tijd bij haar ondergedoken in Nunspeet. Gedurende deze periode werden ze van bonkaarten voorzien door de groep-HEIN. Zelf fietste Ali van den Bos op woensdagmiddagen ook wel eens naar Zeist om het een of ander te brengen.

In elk geval vertrok Rosetta naar Zoetermeer. Via Den Haag en Delft werden haar ouders in Schipluiden verenigd met hun dochter. Daar haalden ze de bevrijding, waarna ze het trieste bericht kregen dat hun zoon Jozeph vermoord was. Hij was een van de 48 Holocaust-slachtoffers uit de ooit zo bloeiende joodse gemeenschap in Nijkerk (begonnen in de eerste jaren van de 17e eeuw).

Het echtpaar Stroomenbergh-Kraal bood op Acacialaan 2 ook nog enkele maanden onderduik aan het echtpaar Hollaender-Roth en hun dochter Erika. Dit uit Driebergen afkomstige gezin zat ondergedoken op Berkenlaan 42, bij de weduwe Johanna Elisabeth Barends-Simoons (zie het grote Onderduikboek, pagina’s 283-289). Ze waren naar dit adres begeleid door de Driebergse politieman en verzetsstrijder Samuel Esmeijer. Toen er een waarschuwing kwam dat zoon Jan Barends van de weduwe gezocht werd wegens zijn illegale activiteiten, vluchtte het gezin in paniek. Georg Hollaender verdween via de achtertuin, over de schutting naar een straat verderop, naar een adres waar al andere joodse onderduikers zaten. Dochter Erika werd per fiets voor een paar dagen naar een ander adres gestuurd. Voor Renée Hollaender-Roth kon zo gauw geen plaats gevonden worden, zij moest in de bossen afwachten. Na een dag werd het gezin herenigd in Driebergen, bij het kostersgezin Jan en Johanna Susanna Stroomenbergh-Middeldorp. Ze kregen vervolgens vanaf 15 augustus 1944 onderduik op Acacialaan 2, ondanks dat het zo mis was gegaan op Eikenlaan 9, bij de zoon en schoondochter Kollaard-Stroomenbergh.

Het gezin Hollaender-Roth overleefde de bezetting. Zij bleven in Nederland.

Het gezin Nihom-van Gelder ging aanvankelijk terug naar Nijkerk, waar de joodse gemeenschap zwaar getroffen bleek. Circa drie kwart van de joodse inwoners zou niet terugkeren. 5 juli 1945 werd Salomon Nihom welkom geheten in een algemene vergadering van de middenstandsvereniging ‘Handel en Nijverheid’. Toch kon het gezin niet meer aarden. In 1949 emigreerden ze naar de Verenigde Staten. Toen een schoenenhandelaar in 1955 de synagoge in Nijkerk kocht en zes jaar later het naastgelegen pand vroeg hij toestemming aan de nabestaanden om daar ook varkensleren schoenen te verkopen. Onder meer Salomon Nihom gaf – vanuit Amerika – de gevraagde toestemming.

Samuel Esmeijer en de broers Sietsma van de groep-HEIN moesten hun illegaal werk zwaar bekopen. Hein Sietsma vond de dood in Dachau en Henk Sietsma kwam ernstig getraumatiseerd terug uit een Duits concentratiekamp. Samuel Esmeijer vond op 28 november 1944 de dood bij een vuurgevecht.

Bronnen:

  • Mededelingen van Kees Sietsma (op basis van aantekeningen van Henk Sietsma)
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Georg en Renée Hollander-Rood en Erika Hollander’
  • Mededelingen van Kees Sietsma (aantekeningen van Henk Sietsma)
  • Gemeentearchief Zeist, 1499-1500, register van illegalen, ‘Georg en Renée Hollander-Rood en Erika Hollander’
  • Zie het grote Onderduikboek, 180-183, 239-245, 264, 283-289
  • Zie de bewezen onderduikadressen Acacialaan 2a, Berkenlaan 42, Eikenlaan 9, Frederik Hendriklaan 80
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Joodse Raad-kaart Jozeph Nihom
  • stichtingoudnijkerk.nl, ‘Joods-Nijkerk’
  • www.yadvashem.org, righteous database, Yad Vashem-erkenningen als Rechtvaardigen onder de Volkeren:
  • op 15 juli 1975 voor Dirk en Johanna Catharina Stroomenbergh-Kraal en Johanna Everdina Blanken-Stroomenbergh voor de onderduik van het gezin Hollaender-Roth;
  • op 15 juli 1975 voor Johanna Elisabeth Barends-Simoons en zoon Pieter Johann Susan Barends, voor de onderduik van Georg en Renée Hollaender-Roth en hun dochter Erika Hollaender;
  • op 16 januari 1979 voor Thomas Boterenbrood, voor de onderduik van Jacob Nihom;
  • op 16 januari 1979 voor Ali Kruitbosch, voor de onderduik van Salomon en Helena Nihom-van Gelder;
  • op 30 januari 1997 voor Jan Hendrik en Johanna Susanna Stroomenbergh-Middeldorp, hun zoon Jan Stroomenbergh en hun dochter Susanna Halpern-Stroomenbergh;
  • op 23 augustus 1998 voor Cornelis Everardus en Jannnigje Stroomenbergh-van Leersum, voor de onderduik van Jacob en Leentje Hartog;
  • op 23 februari 1977 voor Hein en Henk Sietsma, voor de hulp aan naar schatting negen joodse gezinnen en negen individuele joodse onderduikers;
  • op 25 augustus 2015 voor Abram & Cornelia van Dorp (Schipluiden), voor de onderduik van Salomon en Helena Nihom-van Gelder en dochter Rosetta
  • Wikipedia, Samuel Esmeijer
  • Dr. Anton van Renssen (Historytelling in Nijkerk), ‘De omgang met Joodse inwoners en Joods vastgoed in de gemeente Nijkerk, Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog’ (in opdracht van de gemeente Nijkerk)
  • Ab van Straalen, ‘Van Jubileum…naar Catastrofe, De Joodse Gemeenschap van Nijkerk, in de periode 1926-1945’

1. Acacialaan 2

2. Hein Sietsma

3. De Nieuwstraat of Jodenbreestraat in Nijkerk in 1903

4. De voorgevel van de voormalige synagoge aan de Singel in Nijker (collectie Joods Cultureel Kwartier)

5. De Stolperstein voor Jozeph Nihom in Nijkerk

6. Het echtpaar Hollaender-Roth in 1942

7. Erika Hollaender in 1940

8. Knokploegleider Samuel Esmeijer, die De Hollaenders naar Zeist bracht

9. Overlijdensbericht voor Hein Sietsma in De nieuwe Nederlander van 22 juni 1945