Dit bericht beschrijft een adres in Zeist waar tijdens de bezetting een of meerdere joodse onderduikers verbleven. Een overzicht van dergelijke adressen en de daar geregistreerde onderduikers is te vinden via bekende onderduikadressen.

Wie weet meer? Suggesties voor correctie, wijziging en aanvulling kunnen doorgegeven worden via het contactformulier op deze site.

(Zie het Supplement, pagina 50; uitgebreid aangevuld)

Onderduikster:

  • Mietje van Maagdenburg-Bobbe (Middelburg, 25 maart 1895 – Amersfoort, 16 maart 1987)

In memoriam, de onderduikgever:

  • Johannis Christiaan van Reenen, gepensioneerd majoor van de genie (Utrecht, 4 maart 1882 – Bergen Belsen, 10 maart 1945), bereikte de leeftijd van 63 jaar

Onderduikgeefster:

  • echtgenote Johanna Wilhelmina van Reenen-Blankers (Gorinchem, 10 augustus 1888 – Zeist, datum niet bekend)

Op pagina 522 van het Onderduikboek staat dat bij het gezin Van Reenen ook joodse onderduikers zaten. Na een inval zouden Johannis van Reenen en zijn onderduikers zijn gearresteerd en gedeporteerd. In het supplement werd gewezen op het boekje ‘Gereformeerde Oosterkerk Zeist, 1936-1996’. In de paragraaf ‘De Oosterkerk in oorlogstijd’ worden de namen en bijzonderheden van veertien oorlogsslachtoffers uit de wijkgemeente Oosterkerk weergegeven. Een van die slachtoffers was de gepensioneerde majoor Johannis Christiaan van Reenen. Het verhaal van zijn adres kan inmiddels aangevuld worden.

Van Reenen was in de zomer van 1935 in Zeist komen wonen, aanvankelijk in de Herenlaan. Zijn echtgenote Johanna Wilhelmina van Reenen-Blankers en hij waren in Zeist tot in 1942 – en mogelijk langer – bestuurlijk actief, zij als voorzitster van de afdeling Zeist van de Nederlandse Vrouwenbond tot verhoging van het zedelijk bewustzijn respectievelijk hij als penningmeester van de afdeling Zeist van het Centraal Genootschap voor Kinder-, Herstellings- en Vacantiekolonies.

Over Johannis Christiaan van Reenen wordt in bedoeld boekje vermeld dat hij op 12 april 1944 in Rotterdam werd opgepakt wegens het verbergen van joodse onderduikers. Dus niet bij een inval in zijn eigen woning, direct naast de Oude kerk. Daar verborgen zijn echtgenote en hij ook een of meer joodse onderduikers.

Siegfried van Maagdenburg, die met zijn ouders en broer enige tijd op Voorheuvel 74 onderdook, herinnerde zich dat zijn moeder, Mietje van Maagdenburg-Bobbe alias ‘Maria van Beem’, daarna onderdook bij een hoge legerofficier, in een van de grote huizen voor de bocht die de Utrechtseweg in het centrum van Zeist naar de Lageweg maakt. Hoe dat nieuwe onderduikadres geregeld werd, is niet bekend, maar het nieuwe adres was onmiskenbaar dat van het echtpaar Van Reenen-Blankers op Dorpsstraat 3.

Bij een overval door de Grüne Polizei werd Mietje van Maagdenburg-Bobbe gearresteerd. In Gouda werd ze gedurende acht dagen dagelijks verhoord. Door stug vol te houden dat ze een kinderloze weduwe was, en geen jodin, die huishoudelijk werk voor de bewoners van haar kostadres deed, wist ze haar vrijheid te herkrijgen. Ze werd door een Nederlandse agent vrijgelaten. Ze nam de tram naar Zeist, en liep op weg naar haar onderduikadres langs de woning waar haar echtgenoot ondergedoken zat, om hem gerust te stellen.

Mietje van Maagdenburg-Bobbe, haar echtgenoot en beide zoons zouden nog op een aantal andere adressen buiten Zeist onderduiken. Bij de bevrijding zou ze met haar echtgenoot in Oldebroek ondergedoken zitten.

Niet alleen majoor Van Reenen werd gearresteerd, op 12 april 1944 in Rotterdam, en in bewaring gesteld voor de Sicherheitsdienst, maar ook zijn echtgenote Johanna Wilhelmina van Reenen-Blankers. Zij werd vastgehouden tot 11 mei, maar mocht toen naar huis. Van Reenen werd volgens de registratie van de Rotterdamse politie op 1 april naar Kamp Amersfoort gebracht, maar dat moet op 1 mei zijn geweest. De reden voor zijn arrestatie was niet het verbergen van onderduikers, maar het geven jodenhulp. De achtergronden van de arrestatie zijn onduidelijk gebleven. In elk geval betaalde Van Reenen met zijn leven voor zijn hulp aan joodse onderduikers. Hij zou gevangen hebben gezeten bij de Rotterdamse politie, in Kamp Amersfoort, in het Huis van Bewaring in Amsterdam, in Kamp Vught en in het concentratiekamp Sachsenhausen in het Duitse Oranienburg. In het archief van ITS Arolsen is alleen iets te vinden over zijn verblijf in Kamp Vught: hij werd daar op 8 juni 1944 binnengebracht, was een tijd ziek en verrichtte daarna werk voor Philips. Aangenomen moet worden dat hij in september met veel andere gevangenen naar Sachsenhausen is gebracht. In februari 1945 zou hij op transport zijn gesteld, vermoedelijk naar het concentratiekamp Bergen-Belsen en daar zou Johannis van Reenen bezweken zijn.

Helemaal zeker is laatstbedoeld transport niet. Op 21 juni 1945 werd in een drietal kranten een oproep gedaan aan mensen die informatie konden verschaffen over het lot van enkele Zeistenaren, waaronder Johannis Christiaan van Reenen die het laatst gezien zou zijn in Sachsenhausen. Zijn echtgenote werd drie weken later door de burgemeester benoemd in het plaatselijke comité van de Hulpactie Rode Kruis (HARK). Er verscheen ook nog een aparte oproep om informatie over Johannis van Reenen – ‘februari 1945 op transport gesteld vermoedelijk Bergen-Belsen’ – maar blijkbaar kwamen daar geen reacties op.

Begin 1948 werd op zijn persoonskaart VOW genoteerd, ‘Vertrokken, Onbekend Waarheen’. Op de plaquette die bij gelegenheid van Dodenherdenking 4 mei 1950 werd onthuld in de Oosterkerk staat ook ‘J.C. van Reenen’. Zijn overlijden in Bergen-Belsen werd echter pas op 3 mei 1952 officieel geregistreerd, waarbij de datum achteraf bepaald werd op 10 maart 1945.

Bronnen:

  • Mededelingen van Siegfried van Maagdenburg
  • ‘Gereformeerde Oosterkerk Zeist, 1936-1996’, uitgave van de gereformeerde Oosterkerkwijk Zeist, 1996, 58
  • Gemeentearchief Zeist, oud bevolkingsregister
  • Zie ook de bewezen onderduikadressen Verlengde Slotlaan 26 (adres van dominee Lugtigheid) en Voorheuvel 74 (onderduik gezin Van Maagdenburg-Bobbe)
  • Stadsarchief Rotterdam, archief van de gemeentepolitie, inventarisnummer 3560, opsluiting van het echtpaar Van Reenen-Blankers op 12 april 1944
  • ITS Arolsen, digitale collecties, Kamp Vught-registratie van Johannis Christiaan van Renen
  • www.delpher.nl, Het Parool, Utrechts Katholiek Dagblad en De Waarheid van 21 juni 1945, oproep om informatie over het lot van enkele Zeistenaren, waaronder Johannis Christiaan van Reenen
  • www.cbg.nl, familieadvertenties, oproep om informatie over het lot van J.C. van Reenen

1. Eerste Dorpsstraat 3

3. Registratie van de arrestatie en inbewaringstelling van Majoor Van Reenen door de gemeentepolitie in Rotterdam

4. Oproep om informatie over Johannis Jacobus van Reenen